Duif

Leave a comment
Persoonlijk
duif

Terwijl ik het gebouw van de GGZ uitliep, de parkeerplaats op, zag ik hoe een vrouw met haar auto een duif schepte. Ik knielde naast de dikke glanzende duif, die piepend en heel snel ademhaalde. Daar zijn ingewanden uit zijn lichaampje hingen, begreep ik snel dat de duif waarschijnlijk stervende was.

Wat heeft een duif nodig als ‘ie doodgaat? Heeft¬†ie veel pijn? Flitst zijn leven aan hem voorbij? Denkt ‘ie aan zijn kindertjes, zijn duivenvrouw of man? Ik besloot tot stervensbegeleiding, want ook een duif hoeft niet alleen heen te gaan.¬†

Ik aaide een beetje over zijn kop, vertelde de duif dat het goed zou komen en dat er, daar waar hij nu heen ging, vast heel veel patatjes op de grond zouden liggen en veel fijne bankjes zouden zijn om boven op te poepen. En hoofden ook.

Er hadden zich intussen 5 mensen om ons heen verzameld, inclusief de schuldig kijkende bestuurster van de auto. Ze keken me wat bevreemd aan, blijkbaar niet gewend aan stervendbegeleiding voor een duif. Misschien dachten ze stiekem dat ik een beetje gek ben. Tja, kijk eens naast welk gebouw we staan, niet zo vreemd, dacht ik.

‘Ik weet ook niet zo goed wat ik moet doen’, zei de vrouw. Ik haalde mijn schouders op en bleef maar het hoofd van de duif strelen. Terwijl iedereen weer wegliep, zag ik hoe de duif zijn laatste adem uitblies. Een bouwvakker die voorbij kwam met zijn gereedschapskoffer kwam naast me staan. ‘Issie dood?’, vroeg ‘ie. Toen ik knikte, pakte hij de duif voorzichtig in zijn grote bouwvakkerhandschoen en legde ‘m onder een struikje. Ik bleef even zitten, stond toen op en liep verder naar het station.

In de trein knabbelde ik op een havermoutkoekje. Vreemd, de trein rijdt en de wereld draait gewoon door, maar dan met een duif minder.

FacebooktwitterpinterestlinkedinmailFacebooktwitterpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *