Carnavalsontmaagding van een Randstadmeisje. Deel 2: Verbroedering

Leave a comment
Brabants Dagblad / Carnaval / Tilburg
carnaval2

‘Rooie!!’ ‘Wat?’ ‘Rood?” ‘Ja?’ ‘Wiljuhmnei’ ‘Wat? Ei?’ ‘ja. Wiljuhmnei?’ ‘Ei??…ik ga daarheen. Houdoe’

Met dit ‘gesprek’, dat ik voer met een jongen die net als ik even tussen de Burgerbar en een frietkraam staat te wachten op z’n vrienden, sluit ik mijn eerste carnavalsdag af.
Ik begin de dag met de zin ‘als niemand anders verkleed is, ga ik weer naar huis hoor!’ tot groot vermaak van mijn gezelschap. U moet zich bedenken: in Amsterdam verkleden we ons alleen voor de Gay Parade. Ok vooruit, een oranje outfit voor WK’s & EK’s, maar er is niets vergelijkbaar met carnaval.


Maar eenmaal bij D’n Inhoal op het Willemsplein steekt mijn Minnie Mouse-pakje schril af bij de fantastische outfits, vooral die van de verschillende carnavalsverenigingen. Zelfs burgermeester Noordanus, die Prins Robèrt d’n Irste de sleutel van de stad overhandigt in onvervalst Haags, steekt zichzelf in een traditionele kiel. In zijn speech benadrukt hij hoe belangrijk carnaval is voor Tilburg, omdat het verbindt. Als buitenstaander is het best lastig om te ontdekken waar die verbintenis hem dan in zit.
Daar krijg ik al snel antwoord op, als we joelend en zingend met de Kruikenzeiker voorop naar de Heuvel lopen en het beeld onder luid applaus op z’n sokkel gehezen wordt. Het bomvolle plein zingt daarna uit volle borst het Tilburgse volkslied. Als er daarna worden er miniversies van De Sleutel uitgedeeld, zijn we met z’n alleen weer even kinderen die met uitgestoken hand elkaar bijna verdringen om een snoepje te krijgen.

‘S avonds in de tent hebben we aanspraak met iedereen, wat voor mij als Noord-Hollandse heel vreemd is. Om de haverklap hangt er iemand om je nek, wildvreemden grijpen je bij de hand om met je te dansen en iedereen geeft elkaar biertjes. Op een gegeven moment mag ik zelfs een polonaise voorzitten! Als de een naar links gaat, gaat iedereen naar links, als iemand springt, dan springt iedereen. Warm van blijheid en van het beroemde kruidenbitter, voel ik me vanavond zo Tilburgs als het maar kan, een echte Kruikenzeiker onder de Kruikenzeikers.

Op de zondagochtend staan we allemaal met witte gezichtjes in de zon, maar we staan er wel allemaal! Ik zie iemand op Facebook schrijven: ‘volgens mij is er niemand meer thuis in Kruikenstad’. Iedereen danst uitgelaten op de muziek van de dweilbands. Als de eerste wagen van D’n Opstoet eindelijk de hoek om draait, stijgt een luid gejoel op van de menigte. Een nieuwe carnavalsdag is begonnen.

Deze column verscheen op 16/2/2015 op de site van het Brabants Dagblad

FacebooktwitterpinterestlinkedinmailFacebooktwitterpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *